Historie

Op 3 december was het 100 jaar geleden dat de Christelijke Gereformeerde Kerk te Den Helder werd geïnstitueerd. Reden genoeg om daar in het Kerkblad voor het Westen aandacht aan te geven, zo zal de gedachte van de redactie zijn geweest. Daarom deed zij het verzoek om iets te schrijven over het verleden en het heden van de Chr. Geref. Kerk in de marinestad. Hieronder leest u een overzicht in vogelvlucht.

Het begin
Op zondagmorgen 9 febr. 1902 komen 8 mensen in de binnenstad van Den Helder bij elkaar en ’s avonds weer, maar dan met 14 man. Zij houden een ‘stichtelijke samenkomst’. Ze hebben moeite met de ontwikkelingen in hun kerk van de laatste jaren en verlangen terug naar de tijd vóór 1892. In dat jaar werd de ‘vereniging’ een feit: de Afgescheidenen en Dolerenden vonden elkaar en vormden één kerkverband. Met die vereniging was niet iedereen gelukkig. In de kring van de Afgescheidenen waren er die graag in het spoor van ‘1834’ wilden blijven gaan.
Dat het deze mensen ernst was, blijkt wel uit het feit dat ze aparte diensten gingen beleggen en plannen maakten te komen tot een ‘gemeente op Chr. Geref. Grondslag’, zoals die vóór 1892 had bestaan.
Nog geen jaar na de eerste samenkomst worden ambtsdragers bevestigd van het ‘station’ Den Helder, dat ressorteert onder de Christelijke Gereformeerde Kerk van Broek op Langedijk. Vijf jaar later wordt te Den Helder een gemeente geïnstitueerd: op 3 december 1907. Ds. G. Oosterhuis uit Broek op Langedijk bediende het Woord en preekte uit Jud. : 3b: ‘Strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is’.
Na de instituering wordt de opbouw van het gemeentelijke leven voortvarend ter hand genomen. Binnen enkele maanden beroept men een predikant. Een half jaar nadat de gemeente bestaat heeft zij een eigen predikant: ds. J. Bos. De gemeente telt dan nog geen 50 leden. Een jaar later bezit men een nieuw eigen kerkgebouw.
Nog geen 10 jaar na de bouw van de eerste kerk besloot men die af te breken en op dezelfde plaats een nieuwe grotere kerk neer te zetten: de gemeente was sterk gegroeid door toename van het aantal marinemensen – het was de mobilisatietijd – en door een groeiende groep mensen uit andere kerken. De nieuwe kerk, staande aan de Steengracht, werd de thuisbasis van de gemeente tot het begin van de 90-er jaren.

Voortgang
Na de beginjaren werden er zaken opgezet en ondernomen, en waren er ontwikkelingen, die elk op hun beurt een schakel vormden in de uitbouw van de gemeente. Ik noem nu het een en ander dat maar een kleine greep is uit de vele vermeldenswaardige dingen:
Men hield zich bezig met evangelisatie. In 1913 werd er een zondagsschool opgericht, waar aanvankelijk 25 (!) kinderen kwamen. Zeven jaar later kwam er een jongelingsvereniging, na enige tijd gevolgd door een knapenvereniging.
Men zag het belang in van goede begeleiding van de gemeentezang met een pijporgel en kocht er een. Terzijde merk ik op dat het orgel is ingespeeld door de vader van Feike Asma.
Er was oog voor armoede in de stad: men participeerde in een plaatselijke ‘armenraad’.
De annalen vermelden dat in de eerste twee jaren dat ds. J. Rebel in Den Helder stond – hij was toen nog ‘lerend ouderling’ – er een stormachtige groei van de gemeente plaatsvond: in twee jaar tijd 62 nieuwe leden!
Er werd een vrouwenvereniging opgericht, die zich later – in de 80-er jaren – heeft ingezet voor het opzetten van een zusterkring om het bezoeken van gemeenteleden te structureren en aldus te stimuleren.
In de tijd dat ds. C. Westerink in Den Helder stond werd de behoefte gevoeld aan een ruimere kerkzaal en betere accommodatie voor allerlei activiteiten. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in nieuwe bouwplannen. Vanaf 1993 maakt de gemeente gebruik van een nieuw en mooi kerkgebouw met 225 zitplaatsen. Het draagt de veelzeggende naam: ’t Kruisanker. Daarmee is tot uitdrukking gebracht dat het kruis van Golgotha het anker is waaraan de gemeente haar houvast heeft.

Oorlog
De ligging van Den Helder en haar positie als marinestad hebben eraan bijgedragen dat zij meer dan veel andere steden te maken heeft gehad met de oorlogshandelingen in de jaren ’40 – ’45. Delen van de stad zijn weggebombardeerd. Andere delen moesten het veld ruimen voor de ‘Atlantikwal’. Dit had grote gevolgen voor de gemeente. In verband met de bombardementen in mei 1940 is zij geëvacueerd geweest. Velen vonden een veilig heenkomen in Broek op Langedijk. Ds. Rebel schrijft over de ‘verstrooiing’ van de gemeente in de moeilijke tijd van ’40 – ’45. Met ouderling H.J. van Berkum was hij maanden lang de enige van de kerkenraad die nog in Den Helder verbleef om ‘de diensten gaande te houden’, soms met niet meer dan 20 kerkgangers.
Twee leden van de gemeente verloren hun leven door het oorlogsgeweld.

Aan de zee
Den Helder is een stad die bij velen de gedachte oproept aan de harde wind en de zee. Dat de wind er vaak harder is dan elders ervoer de gemeente duidelijk in 1909 tijdens een zware storm: het merendeel van de dakpannen woei van de kerk. Ook later, in 1953, toen hele stukken van ons land onder water kwamen te staan, was het spannend in Den Helder. Gode zij dank is de stad bewaard.
Den Helder en de zee, het zijn er twee die men in één adem noemt. Wat zou Den Helder zijn zonder de zee? Twee beroepsgroepen vooral zijn kenmerkend voor Den Helder: de visserij en de marine. Veel gemeenteleden waren daar werkzaam in het verleden. Nu nóg wel, maar minder: bij de visserij is dat onder andere gekomen door quotering van de visvangst en hoge brandstofprijzen, bij de marine door modernisering en bezuinigingen.
De zee heeft ook zijn slachtoffers geëist in de gemeente: dat er iemand ‘op zee is gebleven’, dit wil zeggen dat hij is verdronken en nooit is gevonden; ook is iemand als redder bij een reddingsactie omgekomen. Zulke gebeurtenissen slaan diepe wonden bij de familie van de slachtoffers, maar hebben ook grote impact in de gemeente.
Anderzijds laten de kracht en de grote verten van de zee ons onze zwakte en kleinheid zien. En daarmee tegelijk onze afhankelijkheid van de Here.
In dat besef en in vertrouwen op Gods trouw hebben de generaties van voorheen in rustige en stormachtige tijden in het leven gestaan en gebouwd aan de gemeente.

Heden en toekomst
De laatste jaren – ik heb het dan over de tijd van ds. Brandsma en daarna – is er sprake van een zekere consolidatie van het gemeentelijke leven. Naast de kerkdiensten, het werk van de kerkenraad, kosters, organisten en individuele initiatieven zijn er de activiteiten van verenigingen, jeugdclubs, Bijbelstudiegroepen en diverse commissies. De betrokkenheid bij mensen die als buitenlanders in Den Helder zijn gekomen is gegroeid. Tot voor kort hadden we in ons midden drie gezinnen die door dergelijke contacten tot de gemeente zijn gaan behoren.
Er wordt door velen veel goeds ervaren in de band aan elkaar.
Op dit moment telt de gemeente 259 leden.
Er zijn veel dingen om dankbaar voor te zijn. Dankbaar voor de trouw van de Here in de afgelopen 100 jaar. Die trouw heeft de Here ook betoond door de motivatie en inzet die Hij vele broeders en zusters en jongelui van de gemeente gegeven heeft. En Hij geeft die nog.
Bij het 100-jarig jubileum van de gemeente zijn er redenen om terug te kijken. Er is echter voor gekozen om vanuit het verleden vooral vooruit te kijken. Er zijn verwachtingen voor de toekomst, maar ook zorgen. Beide willen we onder ogen zien.
Op zondag 2 dec. heeft Hebr. 11 : 1, 2 en 8 – 10 centraal gestaan in de prediking. Op vrijdag 7 dec. was er een bijeenkomst rond het thema ‘verwachting’.
Onze evangelisatieconsulent, drs. Michael Mulder, is in verband daarmee in Den Helder geweest. Hij benadrukte wat gedenken is: opnieuw zien wie God voor ons is en wil zijn. Dat heeft alles met de toekomst te maken. Vooruit kijken is omhoog kijken, naar binnen kijken, maar ook naar buiten kijken.
Aan de gemeenteleden was gevraagd om voor deze gelegenheid op papier te zetten wat hun verwachting was voor het komende jaar en voor de komende 10 jaar. De gedachten, verwachtingen en wensen waren velerlei. Als rode draad was er het verlangen naar de leiding van de Here God.
Drs. Mulder stelde het luisteren naar Gods Woord centraal. Maar omdat de één daarin soms wat anders hoort dan de ander, is het ook nodig te luisteren naar elkaar. Daarvoor is open gesprek nodig vanuit het hart: Dat je met verschillende achtergronden, verschillende leeftijden en verschillende meningen elkaar echt hoort. En dan gaat het er niet alleen om dat je van elkaars opvattingen kennis neemt, maar vooral dat je de overwegingen die daarachter zitten serieus neemt. Dat geeft wederzijds begrip en bouwt de basis om biddend te werken aan de toekomst.
Zo mag er gefundeerde verwachting zijn: Gods Woord is en wordt werkelijkheid.

H. Fahner

Reacties zijn gesloten.