Bid voor de stad

Deze overdenking schrijf ik op de laatste dag van de week van gebed. In die week was ik samen met Herman Dubbeldam naar Arnhem voor een Umoja-conferentie. Umoja is Swahili voor samen. Dat geeft ook aan wat het doel is van deze beweging. Christenen uit Afrika laten zien aan de christenen in Europa hoe ze als christenen actief zijn voor de stad, de wijk waarin ze wonen. Herman is daar geweest en kwam met allerlei enthousiaste en indrukwekkende verhalen terug en nodigde mij uit deze dagen in Arnhem met hem mee te gaan. Dat is voor mij bijzonder goed uitgepakt.

Onderweg naar Arnhem, ik reisde per trein, las ik de stukken door die ons ter voorbereiding waren toegestuurd en alleen al wat ik daar las, maakte diepe indruk op me. Zo werd in één van die stukken de vraag gesteld: ‘hoe zou jouw land, jouw stad, jouw straat er uit zien, als God jouw gebeden daarvoor verhoorde?’ Voor mij was dat een confronterende vraag. Hoe vaak bid ik voor mijn buren, voor de stad waarin ik woon? En: wat bid ik dan voor mijn buren, voor de stad?

Een andere mooie ervaring waren de geplande werkbezoeken. Ik werd meegenomen naar de wijk Geitenkamp. Dat zei mij niets, maar de wijk Geitenkamp staat al generatieslang bekend als een achterstandswijk. Werkloosheid van generatie op generatie, criminaliteit en vandalisme. Een jong stel is daar gaan wonen met hun twee kleine kinderen om hun leven te delen met de mensen van de buurt. Het is allemaal niet spectaculair, maar als je hoort dat de man van het stel wekelijks enkele uren doorbrengt in het jongerencentrum van de buurt en je ziet daarna dat jongerencentrum dan raak je als vanzelf onder de indruk. Dat hij dat doet! Voor een kerkelijk werker een niet voor de hand liggende plaats. Hij legt daar op een natuurlijke manier contacten met jongeren en hij krijgt ook de ruimte om dat te doen. In dezelfde wijk is een groepje mensen vanuit een andere kerk actief met een maandelijkse maaltijd in het buurtcentrum. Inmiddels hebben deze twee initiatieven elkaar gevonden en is er een eerste bijeenkomst op zondag geweest. Een kerkdienst zullen ze het niet noemen, maar er is wel gesproken over en vanuit het Woord van God. Het was zo bemoedigend voor mij dit te zien: jonge mensen die hun leven helemaal of gedeeltelijk eraan wijden om het Evangelie te laten klinken op een plek waar het al jaren niet of nauwelijks geklonken heeft. Het is al jaren geleden dat ds. Verhage bij ons preekte en een papieren ketting bij zich had: van generatie op generatie, van schakel naar schakel, is de blijde Boodschap doorgegeven, maar wie staat er aan het eind van de ketting? Zijn er mensen die op hun beurt dat Evangelie doorgeven? In Arnhem zag ik het en daar was ik enorm dankbaar voor en als we leren kijken, dan zien we ze ook in onze eigen gemeente, in onze eigen stad. Wat is er voor nodig om dat Evangelie door te geven?

Nog even iets wat ik ook las in een van die stukken: ‘Als je in de regen loopt, word je nat. Als je met een christen samen werkt, dan ontmoet je Christus.’ Laat dat ons gebed zijn: dat we tot zegen mogen zijn voor de mensen met wie we optrekken, die we ontmoeten op straat, in onze buurt.

Leendert van Dam

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.